Daar staat ‘ie, de Gesprekskar van de gemeente Weert. Gloednieuw, elektrisch aangedreven en in de kleuren van de gemeente Weert: blauw en wit. Wethouders Hans Fuchs en Martijn van den Heuvel onthulden de Gesprekskar op donderdagavond 27 maart bij sporthal Boshoven. Ze deden dat voorafgaand aan de informatieavond over de plannen voor het huidige sportpark Boshoven.
De Gesprekskar
“De Gesprekskar nodigt uit om naartoe te gaan en is herkenbaar. Op deze manier spreek je andere mensen dan bijvoorbeeld op een informatieavond”, zegt wethouder Martijn van den Heuvel. “We willen iedereen de kans geven om over projecten van de gemeente mee te praten.” Wethouder Hans Fuchs benadrukt de laagdrempeligheid van de kar. “We gaan naar een plek toe, afhankelijk van het onderwerp, voeren daar de dialoog en nemen opmerkingen mee naar het gemeentehuis. Zo kan de Gesprekskar worden ingezet om het groen in de tuin onder de aandacht te brengen, bij verkeersproblemen bij scholen, voor de gezondheidsmonitor etc. De ene keer door het houden van een enquête, de andere keer door iets uit te delen of mensen vragen een rood of groen papier omhoog te houden.”
Open Park Weert
Inmiddels staat projectleider Gaby Jansen van het Open Park Weert bij de Gesprekskar en spreekt ze wat voorbijgangers aan. Een sportster, die net uit de sporthal komt: “In de groepsapp van de vereniging worden we op de hoogte gehouden van de plannen. De sporthal en de kleedkamers zijn oud. Het is goed dat er iets nieuws komt.” Blij is ze met de 3×3 basketbalvelden die in de buitenlucht komen.
Een jonge man is op weg naar huis. Hij sport niet, maar is wel geïnteresseerd. Gaby Jansen schrijft de link www.weert.nl/openparkweert voor hem op, waar hij alle informatie kan vinden.
Even later fietsen John Geelen en zijn vrouw langs en houden stil bij de Gesprekskar. John is bestuurslid van de Tennis- en Padelclub Boshoven. “Na acht, negen jaar is het fijn dat er nu eindelijk schot in komt. Als tennisvereniging hebben we alles zelf gedaan. Het is fijn dat er straks meerdere sporten mogelijk zijn en het bevordert de leefbaarheid van het gebied.”





Een bijdrage van Arjanne van Voorst